Maar liefst 11 procent van de Nederlanders is positiever over de chemische industrie dan in 2008. In 2010 draagt in totaal 47 procent van de ondervraagden de sector een warm hart toe. Dat blijkt uit het PAN European Survey, een vragenlijst die de Europese brancheorganisatie Cefic elke 2 jaar uitvoert.
In 2008 behaalde de chemische industrie in Nederland van de 8 onderzochte sectoren de slechtste score. De industrie scoorde zelfs slechter dan kernenergie. In 2010 is dat beeld verbeterd en is kernenergie weer het minst populair. Uit het PES-onderzoek blijkt overigens niet wat de reden is voor de verbetering. De chemische industrie staat nu op de 7e plaats, na de petrochemische industrie. Het meest populair is de voedingsindustrie.
Opvallend is dat het imago van de industrie is verbeterd, terwijl de reputatie van chemische producten iets is verslechterd. Overigens zijn de ondervraagden nog altijd positiever over de producten dan over de industrie.
In totaal zijn er in februari en maart 11.000 Europeanen in 11 Europese landen ondervraagd. Sinds 2000 is het imago van de totale industrie in de meeste landen zorgelijk, maar de populariteit van de sector loopt fors uiteen. In Duitsland, Spanje en Italië is het imago van de chemische industrie redelijk positief, terwijl het imago in Zweden en Tsjechië ronduit negatief is. Nederland is een middenmoter.
Binnenkort komen gedetailleerde uitkomsten per land beschikbaar. Dan zal wellicht ook duidelijker worden of de verbeterde resultaten toe te schrijven zijn aan de imagocampagne Chemie is overal.
Dit bericht verschijnt in de juni-uitgave van Chemie magazine, het maandelijkse magazine van de VNCI. Meer informatie over Chemie magazine, inclusief een digitale versie van het blad, is te vinden op de website van de VNCI
.
